Internship at the SMAK, Ghent

SMAK, the Museum of Contemporary Art in Ghent, Belgium.


Special thanks

This last year at the KASK Ghent has been an extremely intense learning process for me. I am lucky to have mentors who supported me all the way, encouraged me when things seemed hard and challenged my views. To Jan Kempenaers, Dirk Braeckman and Steven Jacobs, my sincere gratitude.

Jan Kempenaers’ “The Crane” and “Dead End” have changed my view about landscape and since then become a great influence for me.

I was introduced to Jan Kempenaers in person by Hans Theys, who has written a beautiful text for this book. From Hans I learn a lot about art as well as life; he has taught me to create works without having or willing to please other people, to (dare to) be who I am and not to stay who I thought I was.

Having Dirk Braeckman as a supervisor is a great opportunity. Beside his friendly supervision -even when he was unwell, I am lucky to have the chance to also be guided by Erik Eelbode, his assistant.

Steven Jacobs has helped me a lot in writing my thesis about family portraits in photography. His broad knowledge and interesting views are a great source for me to learn from.

I wish to thank Lynne Cohen for her kind attention to my works. I have adored her work terribly and now I get to know her terrific friendliness.

A special note of thanks goes to to my photography teachers and theory lecturers at the KASK Hogeschool Gent. Annelies De Mey, Guy Marchal and Hans Vos are exemplary in photography class. I thank Hugo de Block for stuffing me with theories about materiality, which in turn has become a great help for this work.

I would like to express my deep respect towards those who dedicate themselves to the studies on Indonesia, the politics and our culture, which in turn support us toward more democracy. Two of them I know personally are Professor Dwight King from the Northern Illinois University and Professor Dan Slater from the University of Chicago.

My gratitude to these families who received me with open heart and warm friendship through my work process : Aerts family, Aerts-Muyllaert family, Muylle family, Van Dendriessche family, Manderick family, Bosteels family, Kilozo family, Mam Jeanne Franchomme, Van Wessem family, Martha and Kevin Dimodica, Dirdjosubroto family, Huppert family, Professor King, Nico and Fenny, Lily and Ali Akrom, and Vermonte-Febrina family.

These people have become my best friends these past years : Reinhilde Aerts, Tina Cochet, Laura Wauters, Severine Manderick, Marie Van Dendriessche. They are there for me and make things bearable anytime needed. Maritsa Demeester and Cecilia Derwael have been very kind and helpful. With my classmates Michiel De Cleene and Jorik van Esch, both are also students of Jan Kempenaers, I had interesting talks about photography. Also to my schoolmates who made studying fun, I love you all.

I thank Sebastian Schutyser for the good friendship and terrible jokes. Also to my long best friends: Amerta Kusuma, Irnawati W.K., Maria Shanti, Doimir Z. Arif, Anik Khasnawati, Indri Krisna.


HOME – the book

Click on the link below to check out the book “HOME”, my final project for the master degree at the KASK Ghent in Belgium.
You can also order the book by following the steps mentioned on the book service site.
http://www.blurb.com/books/1392228

Excerpt from the text by Hans Theys

Thuiskomst, genade en verzet
Over de foto’s van Elisabeth Ida

Woede en esthetica

Mijn eerste kennismaking met Elisabeth Ida (1979) verliep per mail, in de lente van 2007. Ze beklaagde zich over de kleuren van mijn website, die de teksten voor haar onleesbaar maakten. Deze eerste kennismaking was typerend, omdat ze het gevolg was van Elisabeth Ida’s toenmalige woede. Ze begreep niet hoe de mensen die ze in België ontmoette zo onverschillig konden zijn voor dingen die een beetje verder gebeurden, bijvoorbeeld in Indonesië, waar ze vandaan kwam. Ze vertelde mij dat verschillende van haar vrienden opgesloten zaten en verdwenen waren omwille van hun politieke overtuiging. Ze begreep ook niet wat haar docenten aan de academie haar eigenlijk wilden bijbrengen. Als het niet hun bedoeling was haar strijdbaarder te maken, welke bedoeling hadden ze dan? Het hoogtepunt van dit razende, zij het altijd diplomatisch verwoorde verzet, vond één jaar later plaats in het Antwerpse fotomuseum, tijdens een door mij geleid publiek gesprek met de befaamde fotograaf Martin Parr. Deze fotograaf werd bekend met foto’s van de jet set, wier stompzinnige feestjes hij placht bij te wonen en vast te leggen. Later is hij foto’s gaan maken van interieurs van warenhuizen en in hamburgertenten geserveerde producten, waarbij hij gefascineerd was door de kleurige decors én door het feit dat die overal ter wereld dezelfde waren. Om die foto’s te maken, vertelde hij, reisde hij elk jaar naar een honderdtal landen. Toen ik na zijn uiteenzetting vroeg of iemand in de zaal een vraag had, bleef het lang stil. Ten slotte vroeg ik Elisabeth of ze een vraag wilde stellen.
‘Ik zou de heer Parr willen vragen of hij het niet beschamend vindt dat hij de kans heeft honderd landen per jaar te bezoeken, waaronder mijn geboorteland Indonesië dat momenteel lijdt onder een dictatuur, maar niets anders fotografeert dan nietszeggende hamburgers?’ vroeg ze.
Er viel een dikke stilte.
‘Dat is een prachtige vraag,’ antwoordde Parr lachend. ‘Het antwoord luidt dat ik mijn foto’s juist als een manier beschouw om die wantoestanden aan te klagen. Het gruwelijke bestaat er voor mij juist in dat je in al die landen dezelfde decors aantreft, alsof er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van die decors en de trage vooruitgang van de wereld op geestelijk, sociaal en politiek vlak.’
Zonder te willen beweren dat dit moment van beslissende invloed is geweest op de ontwikkeling en scherpstelling van Elisabeth Ida’s werk, zou ik willen voorstellen dit werk vanuit deze woordenwisseling te benaderen.
Zou het kunnen dat de geestelijke, sociale en politieke ontwikkeling van de mensheid vertraagd wordt door de kitscherige, stroeve, oppervlakkige, telkens weer tot protocol verheven vormen waarmee ze haar bedrijvigheid gestalte geeft, verstijft, profileert, verkoopt, officieel maakt of in een academisch kleedje hult? Is het mogelijk dat foto’s die deze eeuwig terugkerende, laffe verstramming op heterdaad betrappen, barsten kunnen maken in de dikke korst der gewoonte en ons voor heel even opnieuw oog in oog plaatsen met de vrijwel eindeloze mogelijkheden van de werkelijkheid?

De foto’s in dit boek

Veel jonge kunstenaars maken beelden met centraal opgestelde partijen, waarbij de randen van het beeld verwaarloosd worden. Toen ik zag dat Elisabeth Ida vaak hoeken van vertrekken fotografeerde, wees ik haar erop dat ze daardoor soms beelden verkreeg met sterke randen. Later kwamen hieruit foto’s voor met een lege middenpartij. Op een vergelijkbare manier evolueerden tal van benaderingen. Een zitbank die centraal lijkt te staan, staat toch net uit het midden. Sommige elementen op de rand van foto’s, die door de fotografe gemakkelijk verplaatst hadden kunnen worden, bleven bewaard als contrapunten of tegendraadse verschijningen. Kijk ook naar de vele foto’s die ingeperkt worden door stroken aan de zijkant! Prachtig! Soms stelt de fotografe zich parallel op aan haar onderwerp, meestal neemt ze een schuine positie in, die de ruimte lijkt open te breken. Voorwerpen en ‘gevonden composities’ (zoals Guillaume Bijl ze noemt) worden niet opgevoerd om ermee te spotten, maar als stille getuigen van wanhopige pogingen een spiritueel lege wereld aan te kleden of te camoufleren. Het decoratieve, onwezenlijke aspect van deze pogingen maakt het mogelijk dat de foto’s ook een commentaar of reflectie vormen, zowel op de fotografie zelf als op een artistieke en politiek bewuste levenshouding in het algemeen.

Al deze foto’s lijken vertrokken te zijn van een foto die Elisabeth Ida deze zomer maakte van een ingelijste foto van haar ouders. Het glas weerspiegelt de flits. De jonge fotografe, gevormd in West-Europa, staat voor het gefotografeerde portret van haar ouders en wordt teruggesmeten in de werkelijkheid van de buitenstaander die het besef geen greep te hebben op de werkelijkheid radicaliseert door plaats te nemen achter een camera. Op de foto draagt haar vader een wapen, half verscholen achter zijn rug. De dochter draagt haar wapen zichtbaar voor iedereen. Ik hoop dat ze er tal van bevroren vormen mee zal openbreken en de wereld zal verrijken met momenten van ontroering, met nieuwe gedachten en met een consequente, waardige spirituele houding.

Montagne de Miel, 1 mei 2010.


HOME

Final project for the master degree in photography-fine arts at the KASK, Royal Academy of Fine Arts, Ghent, Belgium. Supervised by Dirk Braeckman, Jan Kempenaers, Steven Jacobs.

coverCM Capture 25CM Capture 2CM Capture 3CM Capture 4CM Capture 5CM Capture 6CM Capture 7CM Capture 8CM Capture 23CM Capture 11CM Capture 13CM Capture 21CM Capture 17CM Capture 16CM Capture 26CM Capture 28CM Capture 29


INSIDE EMBASSIES IN BELGIUM

Some images of waiting rooms and meeting rooms in embassy buildings in Belgium. Taken from the book “INSIDE Embassies in Belgium”, a recent work as a bachelor project at the KASK Ghent, 2009.
Click on the picture to see bigger size images.

Selected images from this documentary series are on view in:
- the BOZAR in Brussels, May 7 – June 6, 2010
- the Photography Museum in Charleroi, May 21 – September 19, 2010

IcelandTurkeyMexicoIrelandIndiaIcelandFinlandAndorraMongoliaMexico

Een theatersetting zonder acteurs

en de vreemde taal als schattige of vervelende klank

In de meeste ruimtes waar ik gefotografeerd heb, vooral wachtruimtes, zag ik quasi niemand (met uitzondering van de Turkse ambassade). De stoelen lijken ongebruikt. Wat de vergaderruimte betreft is het gemakkelijker om dat te begrijpen (ik kom fotograferen als er geen vergadering is), maar de wachtruimtes zijn zo leeg, onbewoond. Deze ruimtes zijn vreemd: alsof ze er toevallig zijn of gemaakt worden om de lege plekken in te vullen. Daarnaast zag ik ook hoeken die eclectisch ingevuld worden met decoraties –in vele gevalen zo traditioneel mogelijk- of gewoon met planten (ik heb de neiging om ze te zien als een illusie over gezondheid en schoonheid van het leven). Ik bekeek de beelden en kreeg daarover een vraag die verbonden is met mijn werk voor “Studies van de actuele kunst” vorige semester: is het dan geen installatie? In sommige beelden, vooral van de wachtruimtes, lijkt het alsof deze settings door Guillaume Bijl gemaakt werden.

De decoraties, de vlaggen en zelfs de meubelen zijn eigenlijk symbolen. De grote vlag is een schijn van nationalisme die dan eigenlijk iets anders of vele andere dingen weerschijnt (cf. Adorno): trots, chauvinisme, zekerheid of zelfs angst voor (een nieuwe vorm van) kolonisatie en wat nog meer. Alhoewel de voorkennis van de fotografielezers onmeetbaar is, zijn bepaalde dingen algemeen gekend (de sfeer en betekenis van verschillende kleuren bijvoorbeeld; zie de zware zwarte stoelen in de Mexicaanse ambassade, tevens de blauwe stoelen in de Finse en Ijslandse ambassades), maar wat zijn die pompoenbeelden in de Mexicaanse ambassade, wie zijn de man (krijger?) en de vrouw op het beeld in de Mongoolse ambassade, waarom staat het gouden godsbeeld in die ruimte in de Indische ambassade? Persoon A kan deze vragen misschien perfect beantwoorden, terwijl persoon B enkel de laatste vraag kan beantwoorden. Dit alles doet me denken aan mijn persoonlijke ervaring met de Nederlandse taal. Toen ik deze taal nog niet begreep, hoorde ik kinderen praatten en ik vond het heel schattig. Dat ging over de klanken, want ik kende nog geen woord Nederlands behalve ‘lekker’ en ‘vredeburg’ (een museum in mijn stad). Daardoor ervaarde ik deze taal als klanken in plaats van een systeem van betekenissen (cf. klankpoëzie). Nu dat ik de taal reeds beheers, zijn kindergesprekken niet meer op dezelfde manier schattig, dit kan vervelend of ambetant zijn –eigenlijk gewoon hoe dat ze zijn. Ik ken enkel vier talen, maar wat maakt sommige talen, het Tagalog als een voorbeeld, niet zo interessant voor mij –zelfs irriterend? Aziatisch concurrentiegevoel? Slechte ervaringen met de Filippijnen? Misschien, maar waarom vind ik het Arabisch zo mooi, terwijl ik geen goede ervaringen heb met de Arabieren (laat staan een goede imago erover, dit komt vooral door wat er gebeurt met vrouwelijke Indonesische werkkrachten die in Arabische landen gaan werken) en ik hen fysiek ook niet mooi genoeg vind om deze imago in mijn hoofd te laten verdoezelen?

Een documentaire werk dient niet altijd meteen voor iets, maar het kan ook in de toekomst zijn, bijvoorbeeld als studie/onderzoeksmateriaal, bewijsstukken enz. Als er iets zoals 9/11 zou gebeuren in een ander land, zou hun ambassadekantoor dan ook even heftig beveiligd zijn zoals de Amerikaanse ambassade? Zou één van de twee vlaggen in de vergaderzaal van de Turkse ambassade vervangen worden door een Europese vlag? Dit zijn allemaal voor mij intrigerende vragen en kwesties, die misschien door sommigen niet als interessant ervaren worden (een instant plezier verkrijgen van het kijken naar een kunstwerk lijkt een veel evidentere reden om naar een kunstwerk te kijken of om er één aan te schaffen). De interpretatie van de spectators ligt echter buiten mijn controle en dit vind ik juist schitterend. Als de symbolen of anecdotes niet te verstaan zijn, spreekt de sfeer van de theatersettings al aan. Een onbewoonde en vreemde plek, dat heeft elke mens in zich.

(Een stukje uit mijn Dossier voor Bachelor project, 2009).


“HOME”, work in progress

Continue reading ›


Power ®™ of The People

PPP at Artis, 2009

The People Power Pill®™. A cool idea came from Koert (NL) and José (POR) during the intensive program Artists in Residence at Artis Den Bosch in The Netherlands. Realizing how smart this was and how wonderful this work could become with appropriate and needed support, I without any hesitation joined them.
This is a really great work since it approaches, reveals, even ‘attacks’ many facets of our actual life -and this is exactly why I joined to work on this. On the leaflet in the box you would find the description, dosage and all ‘patient information’ of the ‘pill’, in different languages. What is so smart of this leaflet? It is translated using the google-translator! (Ever heard from a professor who complains that his/her students just don’t go to the library anymore because there are -free- services like Wikipedia and the online translator?).
The follow-up idea is to exhibit and give these boxes to people in different countries, and this is on the May Day -Labor Day the 1st of May. (This is perhaps not very fantastic anymore if you live in a country that respects the rights of the people, but in countries like Indonesia, you can even get jailed to celebrate this day). If you are willing to be a contact person in your country, just let me know and I will send you all documents needed to make the boxes.
More information: http://usethepill.tumblr.com/

May you have a happy, healthy and fulfilled 2010!